English Nederlands

Werk

Back to Professor Hendrik de Waard

Werk

1922 - 1954: Opleiding en vroege carrière

In Groningen geboren op 20 april 1922, ging Hendrik de Waard naar het stadsgymnasium van 1934 tot 1940 en heeft hij aan de Rijksuniversiteit Groningen gestudeerd van 1940 tot 1949, afgestudeerd in wiskunde en natuurkunde. Hij begon zijn onderzoek in de atoomfysica in 1942. Hij bestudeerde verstrooiing van snelle elektronen in kwikdamp gedurende de oorlog. Na de oorlog probeerde hij het bestaan van polarisatie van elektronen bij dubbele verstrooiing in een kwikdampstraal aan te tonen.



Gymnasium, the third form, 1937.
Gymnasium,derde klas, 1937.

In 1948 stapte Hendrik de Waard over naar nucleaire spectroscopie, waar hij in 1954 zijn doctoraat in behaalde. De titel van zijn scriptie luidt "Scitillation coincidence studies of the decay of 181Hf and 193Os and the isomerism of odd proton nuclei". Voor zijn werk ontwikkelde hij tevens methoden voor de meting van korte levensduren van atoomkernen. Gedurende deze periode heeft hij ook geholpen bij laboratorium vakken en heeft hij een vak over electronica gegeven. Hij zette zijn werk in nucleaire spectroscopie voort aan het Nobel Institute in Stockholm en aan het Fysikum in Uppsala in de groep van Professor Kai Siegbahn en Dr. T.R. Gerholm.

Hendrik de Waard was een tegenstander tijdens de verdediging van Tor Ragnar Gerholm 1956 in Uppsala. Tijdens deze verdediging sprak Hendrik de Waard Zweeds.
Hendrik de Waard was een tegenstander tijdens de verdediging van Tor Ragnar Gerholm 1956 in Uppsala. Tijdens deze verdediging sprak Hendrik de Waard Zweeds.

Een belangrijk resultaat van zijn werk in Zweden was de ontdekking van toestanden met negatieve pariteit in 175Lu en 177Lu die niet konden worden verklaard door middel van het schillenmodel zoals dat toen bekend was. Het kon echter wel verklaard worden door het nieuwe model van S.G. Nilsson (Lund) voor sterk vervormde atoomkernen. In Stockholm heeft hij ook een methode ontwikkeld voor het stabiliseren van scintillatie spectrometers door terugkoppeling van het fluctuërende uitgangssignaal. Deze methode werd later veelal gebruikt door de hele wereld.

1955 - 1964: Terugkeer naar Groningen

Hendrik de Waard keerde terug naar de Rijksuniversiteit Groningen in 1955 en heeft een lectoraat in experimentele fysica ontvangen in 1956. In 1958 ontving hij volledig professorschap in dezelfde discipline. In 1957 begon hij, samen met Dr. J. Poppema en Drs. J. van Klinken, ook in Groningen, aan de meting van de polarisatie van bètadeeltjes, zoals verwacht op basis van geschonden pariteit in bèta verval.

Deze polarimeter ontworpen in het natuurkundig laboratorium aan de Rijksuniversiteit Groningen is gebruikt om de longitudinale polarisatie van bèta verval van 60Co, 32P, en 170Tm te meten.
Deze polarimeter ontworpen in het natuurkundig laboratorium aan de Rijksuniversiteit Groningen is gebruikt om de longitudinale polarisatie van bèta verval van 60Co, 32P, en170Tm te meten.

De eerste positieve resultaten zijn in enkele maanden verkregen. Dit werk werd voortgezet en uitgebreid door Dr. J. van Klinken. Ander werk in nucleaire spectroscopie is voortgezet ronod 1970, wat resulteerde in ongeveer 25 publicaties en verscheidene proefschriften. Gedurende een jaar als een gastprofessor aan de universiteit van Illinois (VS) in 1962 begon hij aan een onderzoek in een nieuw veld genaamd Mössbauer spectroscopie. Hier werd het van het 27.8 keV niveau in 129I. De spectra van verscheidene Jodiumsubstanties zijn hierbij goed begrepen. Specifiek werden de verbindingen tussen de isomerenverschuiving en quadrupoolverbinding vastgesteld.

1965 - 1993: Mössbauer Spectroscopie

In 1965 begonnen Dr. S.A. Drentje en Hendrik de Waard Mössbauer onderzoeken naar bronnen gemaakt door ion implantatie van radioactieve isotopen in metalen. Dit bleek een zeer verdienend vakgebied te zijn. Het vakgebied is tot op heden voortgezet en uitgebreid om ook te werken in geïmplanteerde halfgeleiders. Eén van de verrassende resultaten was dat, ondanks de zware schade door de ionen die het metaal penetreerden, landden de meeste ionen in regelmatige vervangende posities in het metaal. Onderzoeken naar geïmplanteerde bronnen zijn later ook uitgevoerd voor de technieken van verstoorde hoekcorrelaties (Dr. F. Pleiter) en oriëntatie van de atoomkernen (Prof.L. Niesen). Een belangrijk resultaat van deze metingen was een beter begrip ban de rol van lege plekken voor bepaalde uitgloeistadia. Nog een uitzonderlijk effect dat is verkend is de formatie van moleculen in metalen die ontstaan na implantatie van meer dan één verschillende invoer. Echte geïsoleerde chemische bindingen kunnen worden gevormd, als bewijs van de Mössbauer spectra van de gevormde atoomcomplexen. Hendrik de Waard onderzocht ook oppervlaktemagnetisatie van ijzerfoliën met het opto-magnetisch Kerr-effect, Mössbauer spectroscopie en verstoorde hoekcorrelatie. Hier werd een tot nu toe ongeöbserveerd fenomeen waargenomen: Het oppervlak wordt enkel gemagnetiseerd nadat de bulkmagnetisatie in een extern veld 75% van zijn verzadigingswaarde bereikt. Dit fenomeen kan verklaard worden op basis van de stabiliteit van sluitingsdomeinen aan het oppervlak.

1994 - 1996: Magnetotactische Bacteriën

Hendrik de Waard werkte samen met Professor Richard Frankel, een collega aan de California Polytechnic State University, wie reeds verscheidene onderzoeken in het veld van magnetotactische bacteriën heeft verricht, tevens student van Ms. I. Penninga. Hij mat hierde magnetisatie van curves van verscheidene typen magnetotactische bacteriën tussen 1994 en 1996. Deze bacteriën bevatten permanente magnetische ferritische of sulphidische kernen, opgebouwd uit verscheidene korrels die in submicroscopische blaasjes zitten.